Achteraan de grid: Part I

Blij dat ik glij!

 De Formule 1 is een harde wereld, in de hypercommerciële topklasse van de autosport, zeker in de welvarende jaren ’90, waren betrouwbaarheid en gelijkwaardigheid binnen de teams ver te zoeken. Zowel op motor gebied als in de financiën liepen de mogelijkheden van de teams ver uiteen.

Het juiste team, met het juiste materiaal, op het juiste moment vinden was dan ook geen sinecure.Een prangend voorbeeld hiervan is het verhaal van Luca Badoer, een coureur van Italiaanse afkomst.

In den beginne…

We beginnen zijn verhaal met een positieve noot, namelijk dat hij in zijn jongere jaren best een begenadigd potje kon rijden. In de jaren ’80 won hij prijzen in het karten, voordat hij begin jaren ’90 over stapje op de formule wagens.

In 1990 stapte hij over naar het Italiaans Formule 3 kampioenschap, een van de vele nationale kampioenschappen van dit type. De laatste race van het seizoen wist hij eindelijk te winnen, hierbij bleef hij Alessandro Zanardi (ook een coureur met een eigen verhaal, waarover ik geheid nog een keer schrijf) voor. In 1991 bleef hij actief in dit kampioenschap en won zelfs vier races op rij, deze werden hem echter afgepakt op grond van vermeende onregulaire banden. Het kwaad was echter al geschied, de indruk was gemaakt en in 1992 mocht hij instappen in het internationale Formule 3000 kampioenschap, welk functioneerde als kweekvijver van, en springplank náár de Formule 1 (de heilige graal van elk jong racertje).

Ook in de F3000 zou Badoer goed uit de verf komen. Gedurende zijn seizoen, waarin hij uitkwam voor het team Crypton Engineering, won hij 4 races waarvan 3 op rij. Hij werd kampioen met 46 punten, zijn naaste concurrent Andrea Montermini behaalde er 34. Interessant is om te vermelden dat hij met zijn succes latere relatieve hoogvliegers als David Coulthard (13 F1 overwinningen) en Rubens Barrichello (11 overwinningen) achter zit liet.

Bumping with the big boys

De hoogste klasse der racerij lonkte. Als kampioen van de kweekvijver was er een reeële kans dat een F1 team hem binnen zou hengelen, wat dan ook gebeurde. Het team Lola BMS Scuderia Italia bood hem de kans zich in de kijker van de top teams te rijden. Het seizoen sloot hij af met een sprankelend totaal van 0 punten. Zijn team fuseerde voor de start van het nieuwe jaar met Minardi, en in 1995 kreeg hij bij het team een nieuwe kans. Ze waren echter eersterangs laagvliegers, en wederom eindigde hij met lege handen. Het 1996 seizoen, dit maal rijdend voor Forti Corse zou geen verbetering brengen. Hij bleef rijden in auto’s welk geenszins de kans boden om zijn voorgaande glorie te herhalen. Deels is dit natuurlijk pech, maar teams zijn ook niet altijd voor het uitzoeken. Het zijn vaak de zwakkere broeders welke de jonge talenten oppikken, maar als deze het niet waarmaken komen ze ook niet verder.

Het Forti team is een saga an sich, het bevond zich haar tweede Formule 1 seizoen. Ze zou het jaar echter niet overleven. Wegens een juridische strijd omtrent wiens eigendom het team nu eigenlijk was, alsmede een zeer ferme bodem van de financiele put hield het team het halverwege voor gezien. Dit zou een voorlopig, en pijnlijk, einde maken aan Luca’s carriere.

Na 2 seizoenen out of the picture, waarin hij opmerkelijk genoeg wel een baantje als testcoureur voor Ferrari wist te scoren, dook hij in 1999 weer op, en hier begint misschien wel het meeste wrange aan het verhaal van zijn carriere.

Hij reed in 1999 wederom voor het (nog steeds laagvliegende) Minardi team. Echter was hij daar als zijnde uitgeleend door Ferrari waar hij vast testcoureur was. Toen Michael Schumacher tijdens de
GP van Engeland zijn been brak had Luca grootse hoop op te mogen draven voor de ‘Scuderia’, maar het mocht niet zo zijn. Hoewel velen vonden dat hij er recht op had, was het niet contractueel vastgelegd dat hij een geblesseerde vaste rijder zou vervangen. Hij werd gepasseerd then faveure van de ‘super sub’ Mika Salo, welke 2 podiumplekken zou halen in de Ferrari.

Nein! Auf dem Nurburgring

Tijdens de GP van Europa, op de Nurburgring, liet moeder natuur zich van haar wispelturige kant zien. Waar het tijdens een gemiddelde race nog wel eens last wil hebben van een buitje was het hier juist een komen en gaan van regen, maar steeds net niet hard genoeg. Wat er volgde zou velen tot neerslachtigheid brengen!

Bij verslechterende weersomstandigheden hebben teams de mogelijkheid banden welke beter met de natte baan om kunnen gaan, echter dient het bij voorkeur dan wel te blijven regenen. En laat dit nu net niet gebeuren, het ene moment regende het weer wel, dan weer niet. Men durfde qua banden nergens meer van uit te gaan, er was geen grip met droogweerbanden, maar het was steeds net niet nat genoeg voor de zogenaamde intermediates. Het gevolg was dat zelfs de grootste coureurs soms maar met moeite de wagen op het asfalt wisten te houden.

Hij hield het niet droog tijdens de natte race.

Temidden van deze malaise begonnen een aantal jongens uit de subtop en de achterste linies naar voren te schuiven. Johnny Herbert zou in deze race de 3e en laatste overwinning in zijn carriere halen, wat er achter hem gebeurde interreseert ons echter meer. In de knotsgekke wervelstorm welk de race intussen geworden was, had onze vriend Luca zich na drie kwart van de race opgewerkt naar de 4e plaats. De nog puntloze Italiaan, welke eigenlijk op moment voor ‘dat andere’ Italiaanse team had moeten rijden, reed nu bijna op het podium.
Echter, life wouldn’t be a bitch, if it didn’t intervene!  De natte droom van Luca en zijn team spatte uiteen toen in de 53e ronde zijn versnellingsbak de geest gaf. Het hele jaar bleven ze heel, alleen nú niet. Luca stapte uit en had het niet meer, hij leunde tegen de zijkant van zijn auto en liet zijn tranen de vrije loop.  Adding insult to injury: zijn teamgenoot Marc Gené werd 6e, pakte daarmee 1 punt, wat gevierd werd als een overwinning.

Na de Japanse GP van 1999 leek het schlüss voor Luca, geen team wou hem hebben, behalve dan Ferrari waar hij kilometers bleef maken tijdens de test sessies. In die capaciteit reed hij waarschijnlijk meer kilometers in een Ferrari dan mening ander Italiaan, zeker in de recente geschiedenis.
Tot media 2009 zou hij zich vlijtig van zijn taak kwijten, toen echter nam het verhaal een opmerkelijke wending.

Terug van weggesjeesd

Tijdens de GP van Hongarije onderging Ferrari coureur Felipe Massa een portie pech, een veer uit de ophanging van de wagen voor hem trof hem op de helm, juist deels op haar zwakke punt, waar het vizier en de rest samenkomen. Felipe zou de rest van het jaar niet meer kunnen rijden. Ferrari polste de inmiddels gepensioneerde zevenvoudig wereldkampioen Schumacher om in te vallen. Deze kon echter de fysieke stress van het racen nog niet aan, vanwege een nekblessure welk hij eerder dat jaar had opgelopen. Ferrari voelde dat ze het ergens wel verplicht waren, en boden Badoer aan om het stoeltje van Felipe over te nemen.

Zijn terugkeer betekende dat hij na 9 en een half seizoen weer aan de start zou verschijnen, wat nog nét niet een record is. Het record van langste periode tussen races staat, met een duur van 10 jaar en 3 maanden, op naam van ons aller Jan Lammers!

Zijn terugkeer zou een opmerkelijke blijken. Tijdens de vrije trainingen voor de GP van Europa, dit jaar op het ‘stratencircuit’ van Valencia, bleek hij flink roestig. Zo roestig zelfs dat hij in de kwalificatie laatste werd, op anderhalve seconde van de op een na langzaamste. Hoewel de Ferrari geen brakke bak was, was het niet de topauto van het voorgaande jaar.
Ter contrast: teamgenoot Kimi Räikkönen (wereldkampioen 2007) werd in de kwalificatie 6e, en behaalde in de race de 3e plek op het podium. Badoer werd echter in beiden laatste, en eindigde in de race zelfs op een ronde achterstand. Men zegt wel eens dat coureurs van zelf roestiger en langzamer worden vanaf hun mid-30’s (Luca was op dit moment 38), maar misschien was het nog wel meer een gebrek aan wedstrijdritme, wat hem opbrak.

Tijdens de Belgische GP, een week na Valencia, was Luca wederom van de partij.
Ook deze keer zou hij echter bewijzen te roestig te zijn. Men mag echter wel concluderen dat het niet alleen aan hem gelegen heeft. Gedurende de laatste jaren zijn er tussentijdse testgelegenheden geschrapt om de kosten te drukken, dit geld voor het hele F1-circus. Dit had als resultaat dat zo goed als alle kilometers tijdens de zogenaamde pre-season tests werden uitgevoerd door de 2 vaste coureurs. Luca had dus zo goed als nog niet gereden met de wagen waar hij instapte. Het ongemakkelijke van deze taak werd nog maar eens bewezen door zijn opvolger, Giancarlo Fisichella, welke 2e werd in de GP van België, met een in principe inferieure wagen. ‘Fisico’ reed de resterende 5 wedstrijden voor Ferrari, en eindigde wel structureel hoger dan Luca, maar haalde daarentegen net zo min punten. Ter vergelijking, Räikkönen [goed gewend aan de auto] haalde in de 7 races waarin Luca en Giancarlo invielen 3 podiumplaatsen.

Het feest was voorbij, na de GP van België werd Luca ‘afgeserveerd’, hij zou tot eind 2010 zijn taak test coureur bij Ferrari volbrengen en nam in januari 2011 afscheid van de Scuderia. Hij reed toen met een Ferrari F60, in speciale kleurstelling, over het ijs tijdens het jaarlijks pers event in Madonna di Campiglio. Een redelijk uniek, maar zeker (op momenten) zuur, F1 avontuur was later dan verwacht tot een eind gekomen. Sommigen weten met glorieuze acties de harten van de fans te veroveren, anderen doen dit met uitvallen, crashes en pech. Luca was er zo een, maar hij zal mij altijd tot zijn fans mogen rekenen.

Tien jaar later, droop hij af. Maar niet met het scharlaken rood op de kaken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s