Gij zult slechts pogen, mijn zoon! Part I: De familie Hill.

Graham...being his charming self. :)

Graham…being his charming self. 🙂

De zoon zijn van iemand die grootste prestaties heeft verricht is een ondankbare positie om je in te begeven, er blijven altijd verwachtingen aan je kleven. Vraag het maar aan dat jong uit Nazareth…..God…hoe heette hij ook al weer?

In de autosport is het niet anders, er komen met enige regelmaat zonen, dan wel broers of neefjes van succesvolle coureurs aanzetten die het ook proberen, en ze zijn ook lang niet altijd slecht, maar is er altijd het ”zal hij net zo snel zijn als?” dat meespeelt op de achtergrond. Een van de bekendste (recente) voorbeelden hiervan is Ralf Schumacher, het broer(tje) van Michael Schumacher, maar over hen later meer.

In dit artikel wil ik een aantal voorbeelden de revue laten passeren van enkele heerschappen die door de jaren heen hebben getracht in de voetstappen van hun familieleden te treden, dit doende met een sterk variërende mate van succes. Men zou zelfs kunnen zeggen dat de beste onder hen nog onderdeed, dit betreft het verhaal van de Villeneuve’s.
Ik wil dit verhaal echter laten verlopen in enigszins chronologische volgorde, gezien vanaf de voorgangers. Dit betekent dat ik begin bij vader en zoon Hill.

Het verhaal begint bij Graham Hill (1929-1975) welke eind jaren ’50 in de Formule 1 debuteerde. De Formule 1 was in die tijd echter radicaal anders dan dat deze zou zijn tegen de tijd dat zijn zoon door zou breken. Zo reed hij de Duitse GP van 1958 (zijn eerste seizoen) in een Formule 2 wagen, iets wat dezer dagen geheel ondenkbaar zou zijn. De regels lagen in die jaren een stuk minder strak vastgelegd, nu is een team bijvoorbeeld verplicht 2 identieke auto’s aan de start te brengen, toendertijd moch het er 1 zijn, of 2 heel verschillende. Het duurde even voordat het geluk het toelachte, maar hij haalde zijn eerste punten door ook maar meteen op het podium te eindigen, tijdens de Nederlandse GP van 1960, te Zandvoort. Het jaar 1961 bracht geen geweldige vooruitgang, maar dit zou het jaar erna

Graham met de enige posthume kampioen ooit, Jochen Rindt.

Graham met de enige postume kampioen ooit, Jochen Rindt.

veranderen. In de jaren 1962-1965 behaalde hij 22 podiumplaatsen, waarvan 10 overwinningen. Dit bracht de de wereldtitel van 1962 en de 2e plaats in de 3 andere seizoenen. Hierna zou een dip volgen, om in 1968 opnieuw wereldkampioen te worden. Hiernaa was het definitief gedaan met de pret, hij reed nog tot 1975 maar kwam niet meer hoger dan 7e in de eindstand. Op dit punt was hij al 40+, iets wat toen niet gek was in hoogste regionen van de motorsport, in de huidige tijd kom je echter een stuk moeilijker mee weg. In 1972 zou hij de 24 van Le Mans winnen, en gepaard gaande met zijn winst in de Indianapolis 500 van 1966 is hij de enige die volgens een der definities (er zijn er 2) de Tripple Crown van de motorsport behaald heeft, zijnde laatste genoemde 2 plus de F1 wereldtitel (óf GP van Monaco volgens de andere defitinitie). De GP van Monaco zou hij uiteindelijk 5x (!) winnen, waardoor hij zich de eerste Mister Monaco mocht noemen. Het verhaal van Graham zou ten einde komen in 1975, toen hij met een deel van zijn personeel (hij runde nu zijn eigen team) verongelukte bij de landing na een testsessie in Frankrijk.

Graham toont een jonge Damon een model van zijn raceauto.

Graham toont een jonge Damon een model van zijn raceauto.

De jonge Damon was 15 toen zijn vader overleed en begon, in tegenstelling tot veel ‘zonen van’, pas laat te racen (vanaf zijn 21e). Nog opvallender was het dat hij dit deed op 2 wielen in plaats van 4.  Hij zou na een racecursus met 4-wielers (een idee van zijn moeder, welke motoren te gevaarlijk vond) toch de discipline waarin zijn vader uitblonk oppakken. De eerste jaren verliepen niet altijd even soepel, vooral omdat het financieren en het vinden/behouden van sponsors zeker in het begin van je carriére niet altijd makkelijk is, ook al heb je een ‘grote naam’. Vanaf 1986 zou het voortvarender lopen, mede door het besluit zich volledig op racen te focussen en een lening af te sluiten. Dit verhinderde echter niet dat een aanvankelijke deal bij een goed Formule 3 team niet doorging en hij bij een ander team onderdak moest zoeken. In zijn 3 seizoenen in de Britse F3 (welke te boek staat als een competitieve klasse) zou hij enkele races winnen. De stap naar F1 was nog iets te ver, en hij had om financiele redenen moeite om goed voet aan de grond te krijgen in de Internationale F3000 klasse welke midden jaren ’80 was gestart als brug tussen lagere formules en de F1. In de jaren 1988-1991 zou hij 2 keer een podiumplek behalen, maar geenszins uitblinken in deze klasse. Hij wist voor 1991 wel het niet onaardige bijbaantje van testcoureur te scoren bij het Williams F1 team. Dit team, een van de grote Britse namen in de sport, begon net weer op te kruipen uit een dal. Haar coureurs (Nigel Mansell en Ricardo Patrese) zouden dat jaar 2e en 3e worden in het kampioenschap, zij het op gepaste afstand van uiteindelijk kampioen Ayrton Senna.

In 1992, op de voor een debutant rijpe leeftijd van 31/32, kwam dan eindelijk zijn F1 debuut. Dat hij de startgrid van de F1 zou halen was zeker op basis van zijn achternaam of prestaties in de F3000 niet te garanderen, en het waren dan ook de sponsorcenten die de doorslag gaven. Bij het vroeger glorieuse Brabham team ging het alles behalve op rolletjes, en men zat nogal verlegen om centen.
Een van de autos werd de eerste 3 races bestuurd door Giovanna Amati, de tot nu laatste vrouw die heeft gepoogd zich te kwalificeren voor een F1 race. Toen haar sponsoring niet van de grond kwam kreeg Damon de kans. Net als Giovanna lukte het hem aanvankelijk om het langzame geval (de Brabham BT60B) niet door de kwalificatie te krijgen, pas bij zijn 6e poging lukte het. Na nog een gefaalde poging en 1 gelukte ging het team na de Hongaarse GP failliet, zijn beste prestatie was 11e op 4 ronden achterstand. Daar de F1 geen standaardklasse is (men rijd niet allemaal met materiaal van vergelijkbare kwaliteit) en gezien het dal waar Brabham in zat mag men gerust zeggen dat het Damon niet echt aan te meten valt dat hij het ding amper aan de start kreeg.

1993 zou de ommekeer brengen, en hoe! Het Williams team had het 1992 seizoen gedomineert en het (niet voor de eerste danwel laatste keer) voor elkaar gekregen dat hun kampioen (Mansell) met

Damon in de niet vooruit te branden Brabham BT60B.

Damon in de niet vooruit te branden Brabham BT60B.

onvrede het team verliet na seizoen. Mansell was niet bereid naast meervoudig kampioen Alain Prost te rijden, laatstgenoemde was reeds al gecontracteerd voor het ’93 seizoen. Zo kwam er plek vrij, en Williams besloot Damon de kans te geven. Om het geheel nog net iets unieker te maken werd hij pas de 2e rijder in de F1 geschiedenis die met het nummer 0 zou rijden. Dit kwam alleen begin jaren ’70 één keer voor en werd in dit geval gegeven omdat de kampioen (welke normaal het volgende jaar nummer 1 meekrijgt) niet meer actief was in de F1.

Het seizoen begon met een 4e startplek en uitvalbeurt in de Zuid-Afrikaanse GP te Kyalami. Tijdens de hier op volgende Braziliaanse GP eindigde hij echter op het podium en haalde hier meteen zijn eerste punten in de F1 mee. Sterker nog, op de Japanse GP na (4e) haalde hij al zijn punten (69) alleen maar door podiumplekken, waaronder 3 opeenvolgende overwinningen (Hongarije/België/Italië).

Omdat Williams de aartsvijand van Prost, zijnde Ayrton Senna, al had gecontracteerd besloot Prost niet langer te blijven voor 1994. Daar hij de sport verliet (zoals Mansell het voorafgaande jaar) reed Hill wederom met het nummer 0.
Het seizoen ’94 begon met grote verwachtingen en enige zorgen. De regels omtrent wat er elektronisch bestuurd mag worden aan de auto waren veranderd, wat resulteerde in soms behoorlijke instabiele wagen. De wagen bewees wederom snel te zijn, Senna kwalificeerde zich de eerste 3 races op pole, met Hill op de 3e of 4e startplek. Na een 2e plek in Brazilië en een uitvalbeurt in Japan werd hij in Imola 6e. Deze race zou het aanzicht van het seizoen echter compleet overhoop gooien, het weekend koste 2 rijders het leven, waaronder 3-voudig kampioen Senna. Na deze race had Hill pas 7 punten, 23 minder dan kampioenschapsleider Michael Schumacher. De rest van het seizoen verliep alles behalve geruisloos, met o.a. geruchten over valsspelerij (aangaande de electronica) bij Benneton, waar Schumacher voor reed, en een paar schorsingen. Een van deze schorsingen trof Schumacher en zorgde ervoor dat Hill goed in kon lopen. Bij de laatste race kon het nog alle kanten op, Schumacher had maar 1 punt voorsprong op Hill (92-91).
Tijdens de Australische GP in Adelaide volgde een van de meeste besproken acties van de jaren ’90……

Vlak nadat Schumacher in de 36e ronde de muur aantikt en daarmee zo goed als het hele gat t.o.v. van Hill weggooit komen ze bij de volgende bocht elkaar tegen. Hill was hem aan de binnenkant aan het inhalen, toen Schumacher naar binnen stuurde en elkaar raakte. Schumacher viel direct uit, en daarmee zeker van 0 punten. Hill kon na een pitstop echter ook niet verder, omdat de schade aan zijn wielophanging te groot was. Er gingen sterke geruchten dat Schumacher bewust naar binnen had gestuurd omdat hij wist dat hij met de schade aan zijn auto (door het eerdere contact met de muur) de race niet uit zou kunnen rijden, en bij het niet finishen zou Schumacher zijn punt voorsprong houden. Uiteindelijk besloot de wedstrijdleiding geen straffen uit te delen, wat Schumacher het kampioenschap gaf en Hill met lege handen achterliet. De Duitser bleef altijd volhouden dat het een race incident was, hoewel latere ontwikkelingen hier twijfel over zouden wekken.

Damon betreed zijn kantoor.

Damon betreed zijn kantoor.

1995 zou een tussenjaar blijken, hoewel Williams nog steeds een topteam was kwamen ze duidelijk tekort t.o.v. de Benneton/Schumacher combinatie. Waar Hill 4 races won, zegevierde Schumacher 9 maal en was 2 races voor het einde al kampioen.
Er waren wel echter we de gebruikelijke botsingen en felle strijd (zowel op als naast de baan) tussen de toppers, zoals tijdens de verregende Belgische GP.

In het volgende seizoen zouden er grote veranderingen plaatsvinden. De angstgegner Schumacher was verhuisd naar Ferrari en was druk bezig om de Italianen terug te brengen naar hun voormalige glorie, dit koste enige moeite en de voornaamste tegenstander van Hill dit jaar was dan ook meer zijn nieuwe teamgenoot Jacques Villeneuve. Deze Villeneuve was het jaar ervoor Indycar kampioen geworden en was de zoon van voormalige Ferrari F1 coureur Gilles Villeneuve, over dit duo zal ik later nog een artikel schrijven in deze reeks.

Gedurende het seizoen won hij 8 races,  en de enige die bij hem in de buurt bleef qua punten was, zoals eerder gezegd, Villeneuve.
Toch zou hij 19 punten voor Villeneuve eindigen, en zijn enige wereldtitel behalen. Hiermee was hij de eerste zoon van een kampioen die zelf ook de wereldtitel behaalde, en tot nu is hij nog steeds de enige. Hij zette gedurende dit seizoen ook een (gedeeld) record door zich voor alle races op de eerste startrij te kwalificeren.

Herinner je nog dat Williams het voor elkaar kreeg dat haar wereldkampioenen weggingen? Men had blijkbaar al voor het einde van ’96 besloten niet verder te willen met Hill, en verving hem met Heinz-Harald Frentzen. Voor de 4e keer in 10 jaar vertrok de wereldkampioen aan het einde van het seizoen bij het team. Hoewel hij bij grote teams kon rijden koos hij tot verbazing van velen voor het Arrows team (men zegt dat hij zich niet kon vinden in hoeveel geld Ferrari/McLaren/Bennetton boden, maar dit kon Arrows zeker ook niet betalen), dat achter aan de grid stond. Je voelt het al aan, zijn poging zijn titel te verdedigen was niet bar succesvol. Pas halverwege het seizoen haalt hij zijn eerste punt. Hij zou bijna al zijn punten halen uit een vrij uniek moment, de Hongaarse Grand Prix van dat jaar.

Voor de race stond hij op de 17e plaats in de stand, maar de Hungaroring lag Hill wel aardig, en de auto liep (in ieder geval in zijn handen) best aardig. Hij was snel in de vrije training, en kwalificeerde zich als 3e (ter vergelijking: teamgenoot Pedro Diniz starte 19e).
De wagen leek haast gemaakt voor het circuit, want in tegenstelling tot de rest van het seizoen liep het ding geweldig. In tegenstelling tot velen vooraan reed Arrows op Bridgestone banden en deze liepen hier beter dan de Goodyears. Dit zegt nog niets, gezien het feit dat de Arrows-Yamaha maar de helft van de voorgaande races de finish wist te halen. Bij de start haalde hij vlug Villeneuve in en bezigde ronden lang om Schumacher bij te halen. Uiteindelijk haalde hij Schumacher in, en leidde lang de race. Tegen het einde van de wedstrijd lag hij 35 seconden voor op Villeneuve. Echter, op 3 rondes voor het einde bleef zijn versnellingsbak steken in de 3e versnelling, en je voelt het al aankomen, dit koste hem net te veel tijd. In de laatste ronde werd hij ingehaald door Villeneuve en werd 2e. Arrows en Yamaha zouden nooit meer zó dicht bij een overwinning komen.

De laatste 2 jaar van zijn F1-carrière reed hij voor het Jordan team, waar Michael Schumacher in ’91 debuteerde,

Spa '98: een onverwachte overwinning, zijn laatste.

Spa ’98: een onverwachte overwinning, zijn laatste.

en waar diens broer Ralf in ’98 zijn teamgenoot werd. Het was aanvankelijk niet een bar betrouwbare auto, de eerste punten kwamen pas halverwege het seizoen. Maar toen de stijgende lijn ingezet werd, steeg deze ook goed. Na 0 punten in de eerste 10 races, scoorde Hill er 20 in de laatste 6, waaronder een overwinning in de compleet verregende GP van België (met zijn teamgenoot als 2e).

In ’99 ondervond Damon aanvankelijk nogal aanpassingsproblemen aan de nieuwe banden (deze hadden nu groeven) en viel aanvankelijk vaak uit. Daar hij midden in het seizoen opperde er mee te willen stoppen werd hij bijna vervangen door Jos Verstappen, echter, hij maakte het seizoen toch af. Aan het einde van een miserabel seizoen  (7 punten en 9 uitvalbeurten) koos hij er toch voor zijn helm aan de wilgen te hangen. Velen zagen het feit dat hij in de laatste race een goed functionerende auto naar binnen reed en uitstapte als een bewijs van gebrek aan motivatie.

Zijn carriere eindige dan misschien niet glorieus, hij wist toch gedaan te krijgen wat velen, laat staan ‘zonen van’, niet lukt. Hij is wereldkampioen geweest. 

Het verhaal van de familie Hill gaat echter nog verder,  Joshua, de zoon van Damon, heeft zijn race-overall overgenomen. Sinds 2008 racet hij, won in de meeste klassen, met als grootste succes tot dusver zijn deelname aan het Noord-Europese Formule Renault 2.0 kampioenschap, waar hij in 2012 derde in werd. In 2013 rijd hij in het Europese F3 kampioenschap. 

Zoon en kleinzoon Hill, een 3e generatie wereldkampioen?

Zoon en kleinzoon Hill, een 3e generatie wereldkampioen?

 

Graham in zijn natuurlijke omgeving, Monaco, waar hij 5x won.

Graham in zijn natuurlijke omgeving, Monaco, waar hij 5x won.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s